Sitemap | ne | frans | engels
Een Vraag? Bel Ons: 0032 57 40 91 20

Randvoorwaarden erosie: oogsten en bodembedekking op paarse percelen vóór 1 oktober

Vanaf 2014 zijn de maatregelen die de landbouwers moeten nemen om de bodem te beschermen tegen erosie, verder aangescherpt. Eén van de maatregelen gaat over het voorzien van een minimale bodembedekking op percelen met een zeer hoge erosiegevoeligheid (paarse percelen). Zo mag voor de meeste teelten de bodem niet langer dan twee maanden onbedekt blijven voorafgaand aan de inzaai. Het oogsten van de voorafgaande teelt en het voorzien van bodembedekking moeten ook gebeuren vóór 1 oktober. Voor bepaalde teelten kunnen afwijkingen gemeld worden bij het Agentschap voor Landbouw en Visserij.

Minimale bodembedekking op paarse percelen


In het kader van de randvoorwaarden zijn de landbouwers reeds langer verplicht om op percelen met een zeer hoge erosiegevoeligheid (dit zijn de ‘paarse’ percelen) te voorzien in een minimale bodembedekking én in het nemen van de nodige maatregelen om de bodem te beschermen tegen erosie. Deze verplichtingen werden in 2014 verder verduidelijkt en zullen ook in de toekomst nog verscherpt worden.


Voor de meeste teelten geldt de verplichting dat de bodem niet langer dan twee maanden onbedekt mag blijven voorafgaand aan de inzaai ervan. Om aan deze verplichting te kunnen voldoen, is nu verduidelijkt dat vóór 1 oktober de voorafgaande teelt geoogst moet zijn en in een bodembedekking voorzien moet zijn.


In 2014 geldt dit enkel voor de percelen die aangeduid zijn als ‘zeer hoog erosiegevoelig’. Vanaf 2015 gelden deze verplichtingen eveneens op percelen met een hoge erosiegevoeligheid.


Deze datum van 1 oktober geldt echter niet


  • •  wanneer de voorafgaande teelt korrelmaïs is, hier geldt de verplichting om de korrelmaïs te oogsten vóór 15 november in combinatie met het behoud van alle mulch op het veld;

  • •  als de hoofdteelt (2015) een gras, grasklaver of andere volledige bedekking is;

  • •  als de hoofdteelt een teelt is uit de groep fruit, sierplanten, zaad- en plantgoed en houtige gewassen;

  • •  als de hoofdteelt (2015) een wintergraan of winterkoolzaad is - dan mag de bodem maximaal 2 maanden onbedekt blijven voorafgaand aan de aanleg van het zaaibed;

  • •  als de hoofdteelt (2015) een zomergraan, vlas of spinazie is – dan mag de bodem maximaal 2 weken onbedekt blijven voorafgaand aan de aanleg van het zaaibed.

Afwijkingen


Voor teelten die later geoogst worden, is er nu de mogelijkheid om een afwijking te melden bij het Agentschap voor Landbouw en Visserij. Op www.vlaanderen.be/landbouw/randvoorwaarden is een formulier beschikbaar waarmee de landbouwer deze afwijking kan melden. De landbouwer moet op dit formulier vermelden wat de reden is waarom hij van de datum van 1 oktober afwijkt. Hij moet ook aangeven welke alternatieve maatregel (bv. inzaai op latere datum, oogstresten laten liggen bij kolen, andere erosiebestrijdende maatregel, …) hij zal toepassen op dit paarse perceel. Het is niet nodig een afwijking te melden ingeval van een gras, winter- of zomergraan als hoofdteelt in 2015.


De landbouwers moeten deze afwijkingen melden vóór 15 oktober.


Twee voorbeelden:


  • •  Als op een zeer hoog erosiegevoelig perceel (paars perceel) de hoofdteelt in 2015 maïs zal zijn, dan moet de huidige hoofdteelt (bv. aardappelen) geoogst zijn vóór 1 oktober en moet er een bodembedekking voorzien worden die minstens moet blijven staan tot twee maanden voor de inzaai van de maïs in de lente van volgend jaar.

  • •  Als op het zeer hoog erosiegevoelig perceel de bieten geoogst worden op 15 oktober, dan is aan alle verplichtingen voldaan indien er vóór 15 december een wintergraan wordt ingezaaid. In dit geval moet geen afwijking gemeld worden.

Informatie randvoorwaarden en erosieverplichtingen


Meer info over alle erosieverplichtingen in 2014 en volgende jaren en alle andere randvoorwaarden, zijn beschreven in de brochure ‘randvoorwaarden’ op www.vlaanderen.be/landbouw/randvoorwaarden. Daar is eveneens een checklist terug te vinden met alle concrete controlepunten die onder de randvoorwaarden vallen.


Niet–naleving van één of meerdere randvoorwaarden kan leiden tot een verminderde uitbetaling van de premies.

Contact


Contactpersoon: Kristof Vanoost 02/552.75.58 - kristof.vanoost@lv.vlaanderen.be


In het kader van zijn verantwoordelijkheid als EU-betaalorgaan voor de rechtstreekse inkomenssteun is het voor het Agentschap voor Landbouw en Visserij deontologisch niet verantwoord individuele dossiers in te vullen én er controle te moeten op uitoefenen. De medewerkers van de buitendiensten van het Agentschap zullen natuurlijk alle mogelijke algemene inlichtingen over diverse aangiften en steunaanvragen blijven geven, maar voor een gepersonaliseerde advisering en het effectief invullen van formulieren neemt u best contact met de specifieke bedrijfsbegeleidingsdiensten in de landbouwsector.


Landbouwers die toch nog problemen hebben wordt aangeraden telefonisch contact op te nemen met hun buitendienst.






bron: Agripress    06:25:00|30/09/2014